Archaeopteryx, de vroegst bekende dinosaurusvogel uit de overgangsperiode, bezat een zeer gespecialiseerde mondstructuur die waarschijnlijk zijn vermogen om te vliegen aanwakkerde. Een nieuwe analyse van een opmerkelijk goed bewaard fossiel onthult belangrijke anatomische kenmerken die voorheen onzichtbaar waren, wat suggereert dat efficiënte voeding een cruciale rol speelde in de evolutie van de vogelvlucht.
Het Archaeopteryx-fossiel: een venster op de oorsprong van vogels
Archaeopteryx, ontdekt in 1861, blijft cruciaal voor het begrijpen van het verband tussen dinosauriërs en moderne vogels. Het nieuw bestudeerde exemplaar, dat in 2022 door het Field Museum werd verworven na decennia in privécollecties, is een van de meest complete exemplaren ooit gevonden. Onderzoekers gebruikten geavanceerde röntgen- en ultraviolette beeldvorming om details van zijn schedel te onthullen, waardoor bewijsmateriaal werd blootgelegd dat verband houdt met een verhoogde voedselinname.
Deze ontdekking is van belang omdat vliegen energetisch duur is. Dieren die vliegen moeten meer calorieën consumeren dan dieren die dat niet doen. De nieuwe studie suggereert dat Archaeopteryx een efficiënte mond heeft ontwikkeld om aan deze eisen te voldoen.
Drie belangrijke anatomische kenmerken
De analyse identificeerde drie belangrijke kenmerken in het Archaeopteryx -fossiel:
- Orale Papillen: Hobbels op het gehemelte, zichtbaar onder UV-licht, lijken op structuren bij moderne vogels die helpen bij het manipuleren van voedsel.
- Mobiel tongbeen: Een bot dat lijkt op dat van moderne vogels, wat wijst op een grotere wendbaarheid van de tong.
- Snavelpuntzenuwen: Kleine tunnels aan de punt van de snavel duiden op een sensorisch orgaan dat wordt gebruikt voor het foerageren, vergelijkbaar met die bij hedendaagse vogels.
Deze kenmerken wijzen gezamenlijk op een verfijnd voedingssysteem, een systeem dat mogelijk de energie heeft geleverd die nodig is voor gemotoriseerde vluchten.
Het verband met vliegen: een hypothese
Paleontoloog Jingmai O’Connor legt uit dat de evolutie van vogels een toename van de caloriebehoefte met zich meebracht, wat leidde tot de ontwikkeling van mobiele tongen en orale papillen. Het fossiele bewijs ondersteunt het idee dat Archaeopteryx zich aanpaste om aan deze eisen te voldoen.
Michael Pittman, een paleontoloog die niet bij het onderzoek betrokken was, benadrukt echter dat het bewijzen van een direct verband tussen deze kenmerken en de vlucht verder onderzoek vereist. De huidige hypothese is spannend, maar er zijn meer steekproeven nodig om de relatie te bevestigen.
“Of het een relatie is met vliegen… is vooral een werkhypothese. Ik denk dat we meer steekproeven moeten doen om dat te kunnen ondersteunen.” – Michael Pittman
Conclusie
De nieuwe studie van Archaeopteryx voegt een cruciaal stukje toe aan de puzzel van de evolutie van vogels. Hoewel het exacte verband tussen de voedingsanatomie en de vlucht een hypothese blijft, versterkt de ontdekking het idee dat efficiënte voedselinname van cruciaal belang was in de ontwikkeling van gemotoriseerde vluchten. De goed bewaarde staat van het fossiel en de geavanceerde beeldvormingstechnieken helpen wetenschappers hun begrip te verfijnen van hoe dinosauriërs zijn overgegaan in de vogels die we vandaag de dag kennen.



















