Nieuw onderzoek maakt duidelijk waarom verkoudheid bij verschillende mensen varieert van mild ongemak tot ernstige ziekte, waaruit blijkt dat de eigen immuunrespons van het lichaam, en niet het virus zelf, vaak de sleutelfactor is. Wetenschappers van de Yale Universiteit hebben miniatuur menselijke neusgangen in laboratoriumschaaltjes gekweekt – ook wel ‘neuzen-in-een-schotel’ genoemd – om te ontleden hoe cellen reageren op een rhinovirusinfectie. De bevindingen, gepubliceerd op 19 januari in Cell Press Blue, suggereren dat de ernst van een verkoudheid niet alleen te maken heeft met de blootstelling, maar met hoe goed het immuunsysteem de dreiging beheert.
De immuunrespons: een tweesnijdend zwaard
Bij de meesten veroorzaken rhinovirussen weinig meer dan een loopneus en hoesten. Bij rokers, astmapatiënten en anderen kan de infectie echter escaleren tot levensbedreigende ademhalingsmoeilijkheden. De nieuwe studie onthult dat deze ongelijkheid voortkomt uit hoe effectief neuscellen de immuunafweer activeren. Wanneer het immuunsysteem te goed werkt, kan het overreageren en meer schade aanrichten dan het virus zelf.
Onderzoekers gebruikten single-cell RNA-sequencing om de moleculaire signalen in geïnfecteerde neuscellen te analyseren. Ze ontdekten dat een belangrijke regulator, interferon, van cruciaal belang is bij het beheersen van de respons. Interferonen vormen de eerste verdedigingslinie van het lichaam, maar hun afwezigheid veroorzaakt een op hol geslagen ontsteking. Zonder interferonsignalering raakt meer dan 30% van de neuscellen geïnfecteerd, wat leidt tot een toename van ontstekingsmoleculen en slijmproductie.
NF-KB: de overactieve immuungeleider
De studie wees nucleaire factor kappa B (NF-KB) aan als het eiwit dat deze overreactie veroorzaakt. Wanneer NF-KB ongecontroleerd werkt, bootst het de ernstige ontsteking na die wordt gezien bij kwetsbare patiënten. Sommige individuen kunnen genetische defecten hebben die de interferonproductie beïnvloeden, waardoor ze gevoeliger worden voor deze overdreven reactie. Dit verklaart waarom dezelfde virusvariant totaal verschillende uitkomsten kan veroorzaken.
Antivirale strategieën en toekomstige behandelingen
Het onderzoek suggereert dat medicijnen die de immuunrespons onderdrukken, zoals het experimentele rupintrivir, ernstige gevallen kunnen helpen beheersen, vooral bij COPD-patiënten. Deskundigen waarschuwen echter dat het volledig blokkeren van ontstekingen een effectieve infectiebestrijding zou kunnen belemmeren. Een preciezere aanpak kan inhouden dat het virus rechtstreeks wordt aangepakt.
Rhinovirussen evolueren snel, waardoor de behandeling een uitdaging wordt. De studie onderstreept de noodzaak om te begrijpen waarom verkoudheid ons ziek maakt, en niet alleen hoe we het virus moeten doden. Zoals professor Mehul Suthar van het Emory Vaccine Center het verwoordde: “Het is duidelijk een hele uitdaging. Anders zouden we medicijnen hebben voor elk virus dat er bestaat.”
De bevindingen zijn een cruciale stap in de richting van de ontwikkeling van effectievere behandelingen voor verkoudheid, maar het vinden van de juiste balans tussen immuuncontrole en virusonderdrukking blijft een grote hindernis.
